ECLI:NL:CBB:2012:BV1459
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bestuur NOvAA tot beslissing over terugkomen van rechtens vaststaand besluit
Appellante betwistte de factuur van 23 november 2005 voor de kosten van een periodieke preventieve toetsing, die door de Raad van Toezicht was verzonden en inmiddels rechtens vaststaat. Het geschil betrof de vraag of het bestuur van de NOvAA bevoegd was om te beslissen op een verzoek om terug te komen van deze factuur, aangezien de Raad van Toezicht volgens eerdere uitspraken niet als bestuursorgaan wordt aangemerkt.
Het College stelde vast dat de Raad van Toezicht geen bestuursorgaan is en derhalve niet bevoegd is besluiten te nemen of terug te komen op besluiten. Het bestuur van de NOvAA is op grond van de Wet AA en de Verordening PPT het aangewezen bestuursorgaan om hierover te beslissen. De factuur staat rechtens vast omdat het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk werd verklaard.
Appellante voerde aan dat nieuwe jurisprudentie aanleiding zou moeten zijn om terug te komen van het besluit, maar het College oordeelde dat jurisprudentie geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt. Dit om rechtszekerheid en doelmatig bestuur te waarborgen. Omdat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd, werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestuur van de NOvAA is bevoegd het verzoek om terug te komen van het besluit af te wijzen.