ECLI:NL:CBB:2011:BZ7365
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- W.A.J. van Lierop
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor niet-naleving rapportageplicht bijzondere financiële instelling
Appellante, een holding met buitenlandse deelnemingen, werd door De Nederlandsche Bank (DNB) verplicht een benchmarkrapportage over 2006 in te dienen op grond van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 (Wfbb 1994). Nadat appellante niet tijdig aan deze rapportageverplichting voldeed, legde DNB een last onder dwangsom op. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze last ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij geen bijzondere financiële instelling (BFI) was en dat zij niet kon rapporteren vanwege het ontbreken van een wachtwoord en applicatie. Tevens stelde zij dat een termijn van twee weken onredelijk kort was en dat zij vertrouwde op een brief als rapportage. DNB betwistte deze stellingen en benadrukte het belang van de gegevens voor de Nederlandse betalingsbalans.
Het College oordeelde dat appellante wel degelijk een BFI is, ongeacht economische activiteiten, en dat zij niet tijdig de vereiste rapportage heeft ingediend. De brief van appellante bevatte geen financiële gegevens en kon niet als rapportage gelden. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het ontbreken van een wachtwoord faalde wegens onvoldoende onderbouwing. De begunstigingstermijn van twee weken werd als redelijk beoordeeld, mede omdat appellante geen verzoek tot verlenging had ingediend.
Het hoger beroep werd verworpen en de bestreden uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de last onder dwangsom blijft gehandhaafd.