ECLI:NL:CBB:2011:BU9723
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- E.R. Eggeraat
- J.A.M. van den Berk
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over subsidievaststelling Programma Samenwerking Oost-Europa
Appellante had beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder waarbij de verleende subsidie voor het PSO-groenteproject op een lager bedrag werd vastgesteld dan oorspronkelijk verleend. De kern van het geschil betrof de uitleg van de begrotingsposten hardware en technische assistentie, alsmede de rechtmatigheid van de opgevoerde verblijfskosten in de inceptiefase.
Het College oordeelde dat de hardwarebegroting beperkt moet worden opgevat als de aanschaf van goederen en direct daaraan gerelateerde diensten, terwijl activiteiten zoals trainingen, lezingen en adviezen onder technische assistentie vallen. Appellante kon niet aantonen dat verweerder een gerechtvaardigde verwachting had gewekt dat kosten van eigen activiteiten onder hardware zouden vallen.
Ten aanzien van de verblijfskosten stelde het College vast dat appellante gehouden was een accountantsverklaring te overleggen. De accountantsverklaring gaf een oordeelonthouding vanwege onvoldoende specificatie van verblijf in en buiten Belgrado. Appellante kon dit niet weerleggen met bewijsstukken. De verlaging van de subsidie met € 7.997 voor hardware en € 3.969 voor verblijfskosten werd daarom terecht gehandhaafd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de verlaging van de subsidie werd ongegrond verklaard.