ECLI:NL:CBB:2011:BU7256
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- W.A.J. van Lierop
- J.A.M. van den Berk
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over toepassing maximum investeringsbedrag energie-investeringsaftrek
Appellante, Coöperatieve Centrale Raiffeisenboerenleenbank B.A., stelde beroep in tegen een besluit van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie waarin bezwaar tegen een verklaring voor energie-investeringsaftrek werd afgewezen. Het geschil betrof de toepassing van het maximum investeringsbedrag voor energie-investeringsaftrek, waarbij verweerder het totaal van investeringen over 2007 en 2008 samen berekende, terwijl appellante stelde dat dit per kalenderjaar moest gebeuren.
Het College overwoog dat de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek bepaalt dat de investeringsaftrek en desinvesteringsbijtelling plaatsvinden volgens de regels van het jaar waarin de investering is gedaan. De regeling biedt geen grondslag om het maximum investeringsbedrag over meerdere jaren samen te voegen. Verweerder mocht dus niet het totaal van de investeringen in 2007 en 2008 samen als uitgangspunt nemen.
Verder stelde het College vast dat het bestreden besluit in strijd was met de Uitvoeringsregeling en verklaarde het beroep gegrond. Het besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege onjuiste toepassing van het maximum investeringsbedrag voor energie-investeringsaftrek.