ECLI:NL:CBB:2011:BU6836
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffing promotie maatjesharing en rechtszekerheid
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Productschap Vis waarin een heffing werd opgelegd voor de promotie van maatjesharing op grond van de Verordening vispromotie 2009. De heffing bedroeg 15 promille van het inkoopbedrag van de maatjesharing en werd opgelegd nadat de vrijstellingsregeling was komen te vervallen.
De Verordening vispromotie was vooraf gepubliceerd als ontwerp en later definitief vastgesteld met terugwerkende kracht tot 1 januari 2009. Appellante stelde dat de terugwerkende kracht en de heffing in strijd waren met het rechtszekerheidsbeginsel en dat de heffing willekeurig en onredelijk was, omdat zij aanzienlijk meer betaalde dan voorheen.
Het College oordeelde dat de heffing voorzienbaar was omdat de ontwerpverordening ruim voor het seizoen was gepubliceerd en de heffingsgrondslagen niet waren gewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. De heffing was niet willekeurig of onredelijk omdat de wijziging was bedoeld om een evenredige verdeling van de heffingslast over de keten te bewerkstelligen en de hoogte van het tarief was vastgesteld in overleg met de sector om promotieactiviteiten te financieren.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffing promotie maatjesharing wordt ongegrond verklaard.