ECLI:NL:CBB:2011:BU5635
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M. Munsterman
- R.F.B. van Zutphen
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid en rechtmatigheid van heffing vakheffing bloembollen oogstjaar 2007
Appellante, een tulpenbollenproducent die via een veiling haar producten verkoopt, betwist de door het Productschap Tuinbouw opgelegde heffing over de verkoop van bloembollen. Na een bezwaarprocedure waarbij het bezwaar aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard, heeft verweerder dit besluit herzien en het bezwaar ongegrond verklaard. Appellante voerde onder meer aan dat de verplichte aansluiting bij het Productschap in strijd is met het EVRM, dat de heffingsverordening niet rechtsgeldig is omdat deze niet door alle betrokken ministers is goedgekeurd, en dat de heffing willekeurig en onduidelijk is en in strijd met het legaliteitsbeginsel.
Het College overweegt dat de gewijzigde verordening met terugwerkende kracht geldt, maar dat dit niet in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel omdat de heffingsplicht voor de teler/verkoper al voldoende duidelijk was. Het College toetst de heffing slechts voor zover deze betrekking heeft op de verkoop door de teler en oordeelt dat de verordening niet willekeurig of onredelijk is. Differentiatie in heffingspercentages tussen kopers en verkopers is gerechtvaardigd en de doorberekening van heffingen door verkopers aan kopers is in deze casus niet aan de orde.
Verder wijst het College de overige grieven af, waaronder die over de restitutie en de heffing van zelftelende broeiers, omdat deze niet relevant zijn voor het onderhavige geschil. Het beroep wordt voor zover gericht tegen het besluit van 17 mei 2010 ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 15 januari 2010 niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 17 mei 2010 wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 15 januari 2010 niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.