ECLI:NL:CBB:2011:BU5632
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M. Munsterman
- R.F.B. van Zutphen
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid en rechtmatigheid van heffing vakheffing bloembollen na wijziging verordening
Appellante, een teler van bloembollen, maakte bezwaar tegen naheffingen opgelegd door het Productschap Tuinbouw over de jaren 2003 tot en met 2007. Na eerdere restituties over 2003 en 2004 handhaafde verweerder de heffingen over 2005 tot en met 2007, waarbij de grondslag werd gewijzigd door middel van terugwerkende kracht gewijzigde verordeningen.
Appellante stelde dat de heffingen onduidelijk, willekeurig en in strijd met het legaliteitsbeginsel waren, en dat de gewijzigde verordeningen niet rechtsgeldig waren omdat zij met terugwerkende kracht werden toegepast. Tevens voerde zij aan dat de heffingen strijdig waren met artikel 11 EVRM Pro en dat de ministeriële goedkeuring ontbrak.
Het College oordeelde dat de heffingsplicht van de teler/verkoper reeds bestond vóór de wijziging en dat de terugwerkende kracht niet in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. De heffingen waren duidelijk en niet willekeurig, en de differentiatie in tarieven tussen koper en verkoper was gerechtvaardigd. De bezwaren over de ministeriële goedkeuring en het EVRM werden verworpen op basis van eerdere uitspraken. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de heffingen over 2005-2007 worden bevestigd.