ECLI:NL:CBB:2011:BU4578
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit randvoorwaardenkorting niet emissiearm aanwenden mest
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie waarin een randvoorwaardenkorting van 20% werd opgelegd op de GLB-inkomenssteun 2009 wegens het niet emissiearm aanwenden van dierlijke mest op grasland.
De Algemene Inspectiedienst constateerde op 5 februari 2009 dat appellant mest had uitgereden op een deels bevroren of waterverzadigde bodem, waarbij de mest op het gras lag en niet emissiearm werd toegepast. Verweerder nam aan dat sprake was van opzettelijke niet-naleving en legde daarom de korting op.
Appellant voerde aan dat het gras in februari te kort was om emissiearm te kunnen werken. Het College oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom sprake zou zijn van opzet, waardoor het besluit aan een motiveringsgebrek leed en vernietigd moest worden.
Desondanks concludeerde het College op basis van de stukken dat appellant wel degelijk met opzet handelde, omdat het onaannemelijk was dat hij niet had opgemerkt dat de mest niet emissiearm was aangebracht en dat hij het uitrijden niet had gestaakt. Daarom liet het College de rechtsgevolgen van het besluit in stand en bepaalde dat appellant het betaalde griffierecht vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege geconstateerde opzet.