ECLI:NL:CBB:2011:BT5887
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen ongegrondverklaring klacht over onderzoek naar vermeende fraude door registeraccountants
Appellant heeft een klacht ingediend tegen twee registeraccountants van PricewaterhouseCoopers (PWC) die een onderzoek uitvoerden naar vermeende fraude bij Corus Service Centre Maastricht B.V. De Raad van Tucht verklaarde deze klacht ongegrond. Appellant voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat PWC belangenverstrengeling had omdat zij ook de accountant van Corus waren.
Het College van Beroep stelt vast dat de klacht moet worden beoordeeld aan de hand van de Verordening gedrags- en beroepsregels registeraccountants 1994 (GBR-1994), omdat de gedragingen dateren van vóór 2007. Het College oordeelt dat betrokkenen voldoende eigen onderzoek hebben verricht en dat het rapport een beredeneerde schatting bevatte, waarbij de rechtbank Maastricht een andere fraudeomvang heeft vastgesteld zonder dat dit het onderzoek ondeugdelijk maakt.
Verder is onvoldoende gebleken dat betrokkenen hun onafhankelijkheid niet hebben bewaard, ondanks dat PWC ook de accountant van Corus was. Nieuwe bezwaren die appellant ter zitting aanvoerde, worden niet in behandeling genomen omdat deze een uitbreiding van de klacht vormen. Het beroep wordt verworpen en de beslissing van de Raad van Tucht gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt verworpen en de klacht tegen de registeraccountants wordt ongegrond verklaard.