ECLI:NL:CBB:2011:BS7874
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- J.L.W. Aerts
- W.A.J. van Lierop
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor overtreding Wet toezicht trustkantoren bevestigd na vernietiging rechtbankuitspraak
De zaak betreft hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die een bestuurlijke boete van €87.125,-- opgelegd door De Nederlandsche Bank (DNB) aan drie trustkantoren vernietigde. De rechtbank oordeelde dat DNB ten onrechte ook de periode van 1 maart 2004 tot 18 mei 2004 als overtredingsperiode had betrokken, terwijl DNB stelde dat de boete betrekking had op de drie jaar voorafgaand aan 2 september 2008.
Het College stelt vast dat DNB als relevante periode voor de boete de drie jaar voorafgaand aan 2 september 2008 heeft genomen en volgt daarmee het standpunt van DNB. Het College bevestigt dat DNB bevoegd was tot het opleggen van de boete vanwege de overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) vanaf 2 september 2005 tot 5 september 2007.
Verder oordeelt het College dat DNB terecht heeft gekozen voor een bestuurlijke boete en niet had moeten volstaan met een minder ingrijpend handhavingsinstrument. De ernst, duur en verwijtbaarheid van de overtreding, ondanks het feit dat D geen crimineel oogmerk had en first offenders zijn, rechtvaardigen de boete. Ook acht het College de hoogte van de boete proportioneel en wijst het bezwaar van D tegen overschrijding van de redelijke termijn af. Het hoger beroep van DNB wordt gegrond verklaard, dat van D ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van DNB wordt gegrond verklaard, dat van D ongegrond, en de bestuurlijke boete van €87.125,-- wordt gehandhaafd.