ECLI:NL:CBB:2011:BQ8474
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- B. Verwayen
- G.P. Kleijn
- Rechtspraak.nl
Herziening subsidievaststelling programma starters op buitenlandse markten wegens niet-naleving uitvoeringseisen
Appellant, een Nederlands installatiebedrijf, had subsidie aangevraagd en ontvangen in het kader van de Subsidieregeling programma starters op buitenlandse markten 2004 voor activiteiten gericht op internationalisering. Verweerder stelde de subsidie echter op nihil vast omdat de activiteiten niet door appellant zelf, maar door een Roemeense dochteronderneming waren uitgevoerd en betaald.
Appellant voerde aan dat de Roemeense onderneming en het Nederlandse bedrijf dezelfde eigenaar hadden en dat de activiteiten indirect vanuit Nederland werden gefinancierd. Het College oordeelde dat appellant niet voldeed aan de vereisten dat de subsidie-ontvanger zelf de activiteiten moet uitvoeren en betalen, maar erkende dat appellant indirect de kosten droeg en dat het doel van de regeling was om ondernemingen te ondersteunen bij buitenlandse markttoetreding.
Het College vernietigde het bestreden besluit, herroept het nihilvaststellingsbesluit en stelde de subsidie vast op €6.434,03, zijnde het gevraagde bedrag minus een korting van 10% vanwege het niet volledig naleven van de regeling. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De subsidie wordt vastgesteld op €6.434,03 met een korting van 10% wegens niet-naleving van de uitvoeringseisen.