ECLI:NL:CBB:2011:BQ1726
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen vergunning speelautomatenhal ondanks planologische procedure
Appellanten, bestaande uit A B.V. en een natuurlijke persoon C, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de burgemeester van D om aan JHV gaming & entertainment B.V. een aanwezigheids- en exploitatievergunning voor een speelautomatenhal te verlenen. De vergunning betrof een locatie buiten het stadscentrum waarvoor een planologische vrijstelling was vereist.
Appellanten voerden aan dat de burgemeester ten onrechte jarenlang de beslissing op de aanvraag van JHV had aangehouden in afwachting van de planologische procedure, en dat de vergunning op grond van de geldende bestemmingsplanvoorschriften had moeten worden geweigerd. Het College oordeelde echter dat de termijnen in de Algemene wet bestuursrecht niet fataal zijn en dat deze termijnen de rechtspositie van de aanvrager beschermen, niet die van derden. Bovendien had de aanvrager ingestemd met het aanhouden van de aanvraag.
Het College concludeerde dat het beroep ongegrond was en wees de overige beroepsgronden af, mede omdat appellanten deze niet handhaafden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat het aanhouden van een vergunningaanvraag in verband met noodzakelijke planologische procedures rechtmatig kan zijn en dat termijnen in de Awb niet automatisch leiden tot vergunningverlening of weigering.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening aan JHV voor een speelautomatenhal is ongegrond verklaard.