ECLI:NL:CBB:2011:BQ1319
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- R.F.B. van Zutphen
- P. Fortuin
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking kostenvergoeding subsidie milieukwaliteit elektriciteitsproductie
Appellante Twence B.V. kreeg aanvankelijk een kostenvergoeding toegekend voor de milieukwaliteitssubsidie (MEP). Verweerder trok deze vergoeding gedeeltelijk in op grond van het feit dat na toekenning een vergelijkbare SDE-subsidie was verleend.
Het College oordeelde in een tussenuitspraak dat het besluit van 8 juni 2009 niet voldeed aan de motiveringsvereisten van artikel 7:12 Awb Pro, omdat verweerder niet had aangetoond dat de steunintensiteit van beide subsidies vergelijkbaar was in de concrete situatie van appellante. Verweerder diende dit gebrek te herstellen.
De nadere motivering van verweerder, gebaseerd op een berekening van de contante waarde van beide subsidies, werd door het College afgewezen omdat deze maatstaf ongeschikt was om de steunintensiteit te vergelijken. Desondanks achtte het College de SDE-subsidie vergelijkbaar met de MEP-subsidie vanwege hetzelfde doel en de noodzaak van dezelfde kosten.
Het beroep van appellante werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Het College wees het beroep tegen het oorspronkelijke besluit van 23 november 2007 niet-ontvankelijk en bepaalde dat verweerder het betaalde griffierecht aan appellante vergoedt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.