ECLI:NL:CBB:2011:BP7719
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit NIVRA over contributiecreditfactuur wegens strijd met zorgvuldigheidsbeginsel
Appellant, een voormalig openbaar accountant, maakte bezwaar tegen een creditfactuur van het NIVRA betreffende de contributie 2008/2009. Het NIVRA had de contributie aangepast per 1 maart 2009, ondanks dat appellant al per 1 juli 2008 niet meer werkzaam was bij zijn werkgever. Het bezwaar werd ongegrond verklaard omdat de contributie volgens het NIVRA op basis van de laatste opgave per 1 september werd vastgesteld.
Het College oordeelt dat het NIVRA niet heeft onderzocht of er aanleiding was om ontheffing van de contributiebetaling te verlenen, terwijl artikel 11 van Pro de Algemene contributieverordening die mogelijkheid biedt. Hierdoor is het besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:2 Awb Pro en dient het te worden vernietigd.
Desondanks laat het College de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat de omstandigheden die appellant aanvoert onvoldoende zwaarwegend zijn om ontheffing te rechtvaardigen. Het College gelast tevens vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het besluit van het NIVRA wordt vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.