ECLI:NL:CBB:2011:BP6015
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering bedrijfstoeslag en korting wegens onregelmatigheid in aanvraag toeslagrechten
Appellant diende een aanvraag in voor bedrijfstoeslag 2007 met drie gewaspercelen. Verweerder stelde vast dat één perceel ook door een andere landbouwer was opgegeven en informeerde appellant hierover. Appellant gaf aan dit perceel per abuis te hebben opgegeven en wilde het verwijderen.
Verweerder wees de intrekking van dat deel van de aanvraag af omdat al was geïnformeerd over de onregelmatigheid, waarna de toeslag voor 2007 werd geweigerd en een korting voor 2008-2010 werd opgelegd. Appellant voerde onder meer aan dat er geen sprake was van onregelmatigheid, dat hij niet was geïnformeerd over de gevolgen, en dat het evenredigheidsbeginsel werd geschonden.
Het College oordeelde dat het perceel onterecht was opgegeven en dat de intrekking niet meer mogelijk was na kennisgeving van de onregelmatigheid. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en evenredigheidsbeginsel faalde omdat de regelgeving dwingend is en geen ruimte laat voor afwijking. Het motiveringsgebrek was niet schadelijk voor appellant.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het besluit van verweerder gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de bedrijfstoeslag 2007 en de opgelegde korting is ongegrond verklaard.