ECLI:NL:CBB:2011:BP4782
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- J.L.W. Aerts
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing intrekking en nihilstelling ontwikkelingskrediet na faillissement
Appellanten, waaronder RDM Technology B.V. in faillissement, stelden beroep in tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken tot intrekking en nihilstelling van een ontwikkelingskrediet voor het project 'Houwitser op vrachtwagen'. Het krediet was toegekend in 1996 en vastgesteld in 2003. Na faillissement van RDM Technology B.V. in 2004 stelde de Minister het krediet op nihil wegens niet-nakoming van verplichtingen, waaronder het commercialiseren van projectresultaten en het verbod op vervreemding van activa gefinancierd met het krediet.
Het College oordeelt dat de verplichtingen uit de kredietovereenkomst als voorwaarden van de kredietverstrekking gelden en dat de Minister bevoegd is het krediet ook na definitieve vaststelling in te trekken bij niet-nakoming. Het faillissement maakt intrekking niet per definitie onmogelijk. Wel moet de Minister concreet en deugdelijk motiveren waarin de kredietnemer tekort is geschoten in haar inspanningsverplichting tot commercialisatie.
De Minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom appellante sub 2 zich na het faillissement verwijtbaar niet heeft ingespannen voor commercialisatie. De verkoop van intellectuele eigendomsrechten zonder toestemming was onvoldoende grond voor intrekking. Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De Minister wordt opgedragen binnen 13 weken opnieuw te beslissen, met inachtneming van deze uitspraak en met mogelijkheid tot minder ingrijpende maatregelen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en nihilstelling van het krediet wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.