ECLI:NL:CBB:2010:BO8992
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
College van Beroep verklaart zich onbevoegd in hoger beroep tegen verzetuitspraak rechtbank
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het verzet tegen een uitspraak tussen haar en de AFM ongegrond werd verklaard. De rechtbank had dit gedaan op grond van artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat een appelverbod inhoudt tegen dergelijke uitspraken.
Appellante stelde dat de AFM tijdens de bezwaarprocedure de eisen van een goede procesorde en fundamentele rechtsbeginselen had geschonden door haar niet in de gelegenheid te stellen mondeling toe te lichten dat sprake was van een verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn. Volgens haar had dit aanleiding moeten zijn om het appelverbod te doorbreken.
Het College oordeelde echter dat het betoog van appellante onvoldoende grond bood voor doorbreking van het appelverbod. Het College benadrukte dat een inhoudelijke onenigheid met de rechtbank onvoldoende is om het appelverbod te doorbreken en dat ook de vermeende schendingen door de AFM niet zodanig ernstig waren dat er geen sprake was van een eerlijk en onafhankelijk proces.
Daarom verklaarde het College zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het College verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep wegens appelverbod.