ECLI:NL:CBB:2010:BN9357
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- E.R. Eggeraat
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boeteoplegging in bouwfraudezaak wegens overtreding mededingingswet en EG-verdrag
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen een boetebesluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) aan bouwbedrijven die deelnamen aan een landelijk systeem van vooroverleg voorafgaand aan aanbestedingen in de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW) tussen 1998 en 2001. Het onderzoek volgde op onthullingen over illegale prijsafspraken in de bouwsector, leidend tot parlementaire enquêtes en een uitgebreid NMa-rapport.
Appellanten kozen voor deelname aan een versnelde procedure, waarbij zij afstand deden van het recht op individuele dossierinzage en het betwisten van de feiten en juridische beoordeling in het rapport, in ruil voor een boetevermindering van 15%. De NMa legde boetes op gebaseerd op de aanbestedingsomzet van 2001, met een boetepercentage van 10%, en hanteerde een beleid voor ijkjaarcorrectie en clementie.
De rechtbank vernietigde het boetebesluit wegens onvoldoende motivering van de ijkjaarcorrectie, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het College van Beroep bevestigt dat de versnelde procedure niet in strijd is met de rechten van verdediging, dat de keuze voor de boetegrondslag en het ijkjaar redelijk is, en dat de mate van betrokkenheid van appellanten onvoldoende concreet is onderbouwd om een lagere boete te rechtvaardigen.
Ook oordeelt het College dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de overtredingen in deze zaak wezenlijk verschillen van andere kartelzaken in de bouwsector. Tenslotte wordt bevestigd dat het clementiebeleid conform de richtsnoeren is toegepast en dat appellanten bewust hebben gekozen geen clementieverzoek in te dienen, waardoor zij de boetevermindering misliepen.
Uitkomst: Het College bevestigt de boeteoplegging aan appellanten met toepassing van de versnelde procedure en boetevermindering.