ECLI:NL:CBB:2010:BM2705
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op kennelijke fout bij aanvraag bedrijfstoeslag GLB-inkomenssteun 2006
Appellante diende beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw waarin het bezwaar tegen de vaststelling van haar bedrijfstoeslag 2008 werd afgewezen. Zij stelde dat zij per abuis twee graspercelen niet had opgegeven in haar digitale aanvraag, wat een kennelijke fout zou zijn in de zin van de Europese regelgeving.
De Minister stelde dat geen sprake was van een kennelijke fout omdat appellante pas in bezwaar kenbaar maakte de percelen alsnog te willen meenemen en dat het niet aan de overheid is om de motieven van de aanvrager te onderzoeken. Het College overwoog dat een kennelijke fout alleen kan worden aangenomen indien bij een summier onderzoek direct duidelijk is dat de aanvraag niet overeenkomt met de bedoeling van de aanvrager.
Het College concludeerde dat het verschil tussen de opgegeven toeslagrechten en de maximale rechten niet zodanig groot was dat dit direct in het oog springt. Ook het feit dat appellante bijna alle percelen had opgegeven en zij over meer hectares beschikte dan nodig was, maakte het niet aannemelijk dat sprake was van een kennelijke fout. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het bezwaar tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2008 wordt ongegrond verklaard.