ECLI:NL:CBB:2010:BM1831
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing bedrijfstoeslag 2007 wegens gebruik volkstuinpercelen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij de bedrijfstoeslag 2007 is vastgesteld op € 0,00. Dit besluit volgde op een bezwaarprocedure waarin de minister het bezwaar ongegrond verklaarde. Appellant voerde aan dat hij door tegenstrijdige en onduidelijke informatie van het LNV-loket ten onrechte geen toeslag ontving, omdat hij percelen behorend tot een volkstuincomplex had opgegeven.
De minister stelde dat zes van de negen opgegeven percelen, met een totale oppervlakte van 1,93 hectare, niet aan de voorwaarden voldeden omdat deze percelen in gebruik waren bij derden en bestonden uit volkstuinen met huisjes. Een controle door de AID bevestigde dit. Op grond van artikel 51 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004 werd daarom geen toeslag toegekend. Intrekking van deze percelen uit de aanvraag was niet mogelijk omdat appellant al op de hoogte was gesteld van de onregelmatigheden voordat hij dit verzoek deed.
Het College constateerde dat de percelen inderdaad niet voldeden aan de voorwaarden en dat appellant geen rechtmatig vertrouwen kon ontlenen aan de vermeende toezeggingen. De enkele stelling van appellant dat hem onjuiste informatie was verstrekt, was onvoldoende onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de bedrijfstoeslag 2007 blijft vastgesteld op nul vanwege niet-kwalificerende volkstuinpercelen.