ECLI:NL:CBB:2010:BL8587
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.R. Eggeraat
- J.L.W. Aerts
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering subsidie exportfinancieringsarrangementen Volharding Shipyards
Volharding Shipyards B.V. en haar dochtervennootschappen hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Staatssecretaris van Economische Zaken die hun subsidies voor exportfinancieringsarrangementen hebben herzien en teruggevorderd. De subsidies betroffen projecten EFZ 00008 en EFZ 00055, waarbij onder meer werd vastgesteld dat niet aan de voorwaarden van minimaal 60% Nederlands aandeel in de order werd voldaan.
De auditdienst van het ministerie voerde een verificatieonderzoek uit waaruit bleek dat motoren grotendeels in Duitsland waren vervaardigd en dat orders waren doorgeleverd aan Nederlandse ondernemingen, wat niet conform de subsidievoorwaarden was. Verweerder stelde de subsidies ambtshalve lager vast en vorderde teveel betaalde bedragen terug. Appellanten voerden aan dat zij voldeden aan de voorwaarden en dat de wijziging van subsidievaststelling onzorgvuldig en onjuist was.
Het College oordeelde dat Volharding Shipyards Beheer B.V. als rechtsopvolger van de ontbonden vennootschap Pattje als subsidieontvanger kon worden aangemerkt. De doorlevering van schepen aan Nederlandse ondernemingen maakte dat geen sprake was van reële export, waardoor de subsidie terecht werd herzien. Ook het criterium voor het Nederlandse aandeel van de motoren werd door verweerder correct toegepast. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Volharding Shipyards is ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de subsidies bevestigd.