ECLI:NL:CBB:2010:BL6146
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen besmetverklaring Q-koorts bij geitenbedrijf
Verzoekster, een geitenhouderij, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Minister van Landbouw om haar bedrijf besmet te verklaren met de Q-koortsbacterie en alle verdachte drachtige en mannelijke geiten te doden. Het besluit is gebaseerd op tankmelkonderzoeken die positief zijn bevonden door de Gezondheidsdienst voor Dieren en het Centraal Veterinair Instituut, evenals een monster genomen door de Voedsel- en Warenautoriteit.
Verzoekster stelde dat de gebruikte onderzoeksmethode onbetrouwbaar is en dat het monster door de VWA niet volgens de regels is genomen, waardoor het besluit niet aan deze bevindingen kan worden toegerekend. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de methode wetenschappelijk onderbouwd is en dat de procedure rond het monster nemen correct is gevolgd, ondanks enkele procedurele opmerkingen van verzoekster.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het besluit tot besmetverklaring en de daarop gebaseerde maatregel van doding van dieren voldoende gefundeerd en proportioneel is, mede gezien het belang van de volksgezondheid. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot besmetverklaring en doding van verdachte geiten wordt afgewezen.