ECLI:NL:CBB:2010:BL3035
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige voorziening doding drachtige en mannelijke geiten wegens Q-koorts
In deze zaak verzocht S om opheffing van de voorlopige voorziening die de maatregel tot het doden van alle drachtige en mannelijke geiten op zijn bedrijf schorst. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld en beoordeeld aan de hand van de beschikbare onderzoeksresultaten.
Er waren drie positieve tankmelkonderzoeken die duiden op de aanwezigheid van Q-koorts: één monster genomen door de VWA op 25 januari 2010 en twee monsters genomen op 5 februari 2010 door het CVI en de GD. De voorzieningenrechter achtte de PCR-test betrouwbaar en vond dat de door S aangevoerde stressfactoren bij de geiten onvoldoende reden waren om de testresultaten te betwijfelen.
Hoewel S contra-expertise laboratoriumuitslagen uit Frankrijk en Duitsland had ingeschakeld, vond de voorzieningenrechter dat deze niet hoefden te worden afgewacht omdat de reeds aanwezige positieve resultaten voldoende waren. De voorzieningenrechter concludeerde dat de Minister in redelijkheid de maatregel tot doding kon treffen en wees het verzoek tot opheffing van de voorlopige voorziening toe.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de voorlopige voorziening tegen de maatregel tot doding van geiten is toegewezen wegens voldoende bewijs van Q-koorts.