ECLI:NL:CBB:2010:BK9795
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen doding geiten wegens Q-koortsbesmetting
Verzoekster heeft bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven een voorlopige voorziening gevraagd tegen besluiten van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Deze besluiten betroffen de besmetverklaring van haar geitenbedrijf en het als verdacht aanmerken van alle drachtige en mannelijke geiten, met als maatregel de doding van deze dieren ter bestrijding van Q-koorts.
De voorzieningenrechter constateerde dat monsters van tankmelk op het bedrijf van verzoekster bij twee onderzoeken positief waren bevonden op de bacterie Coxiella burnetii, veroorzaker van Q-koorts. De stelling dat vaccinatie kort voor monstername de testresultaten zou beïnvloeden werd niet aannemelijk geacht. Hoewel bij twee andere onderzoeken geen bacterie werd aangetroffen, achtte de voorzieningenrechter dit niet voldoende om de besmetting te betwijfelen.
Verweerder beschikte daarmee over voldoende grondslag voor de besmetverklaring en het als verdacht aanmerken van de dieren. Het verzoek om de maatregel tot doding uit te stellen of niet uit te voeren werd afgewezen, mede omdat nader onderzoek geen zinvol effect zou hebben. Ook het subsidiaire bezwaar over ongelijke behandeling ten opzichte van andere bedrijven werd verworpen, aangezien nieuw beleid op basis van wetenschappelijk inzicht ruimte biedt voor differentiatie.
De voorzieningenrechter erkende de ingrijpende aard van de maatregel voor verzoekster, maar oordeelde dat dit de rechtmatigheid van de besluiten niet aantastte. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de besluiten tot besmetverklaring en doding van geiten wegens Q-koorts werd afgewezen.