ECLI:NL:CBB:2009:BL3965
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- F. Stuurop
- M.M. Smorenburg
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van bloemkwekerijheffing en bevoegdheid tot heffing voor ander bedrijfslichaam
Appellante, een bloemkwekerijbedrijf, maakte bezwaar tegen een heffing opgelegd door het Productschap Tuinbouw (verweerder) over het jaar 2004. De heffing betrof een percentage van de omzet van bloemkwekerijproducten, inclusief een gedeelte bestemd voor het Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel (HbAG). Verweerder int deze heffing uit efficiency-overwegingen namens het HbAG.
Appellante stelde onder meer dat de verordening niet rechtsgeldig was goedgekeurd, dat de heffingssystematiek willekeurig en onduidelijk was, dat de heffing terugwerkende kracht ontbeerde, dat de heffing ten onrechte werd aangewend voor onderzoek, en dat verweerder niet bevoegd was om namens het HbAG te heffen.
Het College oordeelde dat de heffing over de verkopen buiten de veiling conform de verordening was opgelegd en dat de differentiatie in tarieven niet in strijd was met het verbod van willekeur. De goedkeuring door slechts één minister was geoorloofd op grond van de reparatiewet. De vermeende verschillen tussen de door het bestuur vastgestelde en de door de SER goedgekeurde verordening waren niet relevant omdat het bestuur instemde met de wijzigingen. De heffing had terugwerkende kracht voor 2004. Het gebruik van heffingsopbrengsten voor onderzoek viel binnen de taakstelling van verweerder en was niet onrechtmatig. Wel oordeelde het College dat het HbAG-gedeelte van de heffing niet door verweerder kon worden geheven omdat dit een bevoegdheid van het HbAG zelf is. Daarom werd het beroep gegrond verklaard voor dit gedeelte en werd verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen.
Tot slot werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het HbAG-gedeelte van de heffing wordt vernietigd wegens onbevoegdheid van verweerder.