ECLI:NL:CBB:2009:BJ8629
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bestuursorgaan tot afwijking officiële dierenartsverklaring bij dierenwelzijnstransport en ambtshalve toetsing
In deze zaak stonden vragen centraal over de bevoegdheid van een bestuursorgaan om in afwijking van een officiële dierenartsverklaring vast te stellen dat het transport van levende dieren niet voldeed aan de communautaire welzijnsvoorschriften. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven had prejudiciële vragen voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, dat oordeelde dat de bevoegde nationale autoriteit zich op objectieve gegevens moet baseren om de naleving van richtlijn 91/628/EEG te beoordelen, ook als dit leidt tot afwijking van de officiële verklaring.
Voorts werd geoordeeld dat bij de beoordeling van de naleving van welzijnsvoorschriften de erkenning van het schip door de vlaglidstaat bepalend is voor de toegestane beladingsoppervlakte. In casu was het schip M/S Irish Rose erkend voor een maximale oppervlakte die lager was dan het aantal vervoerde dieren, waardoor het bestuursorgaan terecht de restitutie introk en terugvorderde.
Ten aanzien van de ambtshalve toetsing stelde het Hof dat het gemeenschapsrecht niet verplicht tot ambtshalve toepassing van rechtsgronden die leiden tot een verslechtering van de positie van de indiener van beroep, in lijn met het Nederlandse verbod van reformatio in peius. Het College verklaarde de beroepen ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het College verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de intrekking en terugvordering van toegekende restituties wegens niet-naleving van dierenwelzijnsvoorschriften.