ECLI:NL:CBB:2009:BJ2688
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- E.R. Eggeraat
- M.M. Smorenburg
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging last onder dwangsom wegens onduidelijke weegvoorschriften Meststoffenwet
Appellante, een onderneming, kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet wegen van dierlijke meststoffen met een geijkt weegwerktuig, zoals voorgeschreven in artikel 76, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Verweerder handhaafde dit besluit in bezwaar, waarna appellante beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of het voorschrift in artikel 76, eerste lid, voldoende duidelijk en voorzienbaar was om bestuursdwang te rechtvaardigen. Verweerder stelde dat het begrip 'weegwerktuig' verwijst naar een geijkt instrument conform de IJkwet en Metrologiewet, en dat professionele marktdeelnemers geacht worden hiervan op de hoogte te zijn. Appellante betoogde dat de wettelijke tekst zelf niet eist dat het werktuig geijkt moet zijn en dat verwijzing naar de toelichting onvoldoende is.
Het College oordeelde dat het legaliteitsbeginsel vereist dat overtredingen duidelijk, voorzienbaar en kenbaar moeten zijn omschreven in de wet of regelgeving. Artikel 76, eerste lid, bevat deze duidelijkheid niet, en de toelichting kan niet worden gebruikt om deze tekortkoming te repareren. De bestuursdwangbevoegdheid kon daarom niet worden ingezet voor verplichtingen uit de Metrologiewet. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het betaalde griffierecht. De uitspraak verving het vernietigde besluit en werd openbaar uitgesproken op 9 juli 2009.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom wordt vernietigd en herroepen.