ECLI:NL:CBB:2009:BI0934
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- M. Munsterman
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vaststelling toeslagrechten GLB-inkomenssteun wegens onjuiste juridische grondslag
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin zijn toeslagrechten onder de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 werden vastgesteld. De Minister had aanvankelijk de toeslagrechten berekend uitgaande van een startjaar 2002, maar stelde later vast dat appellant al in 2001 was begonnen met landbouwactiviteiten, waardoor de toeslagrechten moesten worden aangepast.
Het College oordeelt dat de Minister op onjuiste juridische gronden heeft gehandeld door de toeslagrechten opnieuw vast te stellen, hoewel de uitkomst juist was. De Minister was verplicht de ten onrechte toegekende toeslagrechten in te trekken op grond van artikel 73bis van Verordening (EG) nr. 796/2004, ongeacht de nadelige gevolgen voor appellant.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. De Minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de Minister wordt vernietigd, met inachtneming van de rechtsgevolgen, en de Minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.