ECLI:NL:CBB:2009:BI0853
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid doding verdachte dieren bij mond- en klauwzeerbesmetting
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees tot verdachtverklaring en doding van zijn evenhoevige dieren wegens verdenking van besmetting met mond- en klauwzeer (mkz).
De dieren werden verdacht verklaard omdat zij binnen een straal van één kilometer van een besmet bedrijf waren gelegen waar klinische verschijnselen van mkz waren vastgesteld. Verweerder stelde dat het mkz-virus zich snel verspreidt en dat preventieve ruiming noodzakelijk was om verdere verspreiding te voorkomen, mede gelet op het non-vaccinatiebeleid en de grote dierdichtheid.
Appellant voerde aan dat er geen zorgvuldige afweging had plaatsgevonden, dat er alternatieven waren en dat het beleid moreel onaanvaardbaar was. Het College oordeelde dat verweerder redelijkerwijs tot het oordeel kon komen dat de dieren verdacht waren en dat het beleid niet kennelijk onredelijk was. De doding van de dieren was gerechtvaardigd en in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel en het gemeenschapsrecht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot doding van verdachte dieren bevestigd.