ECLI:NL:CBB:2009:BH9049
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- F. Stuurop
- M. Munsterman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tariefstructuur flexibiliteitsdiensten gasnetbeheerder volgens Gaswet en regelgeving
De Vereniging voor Energie, Milieu en Water heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) waarin bezwaar van appellante tegen wijziging van de tariefstructuren voor flexibiliteitsdiensten werd afgewezen. De kern van het geschil betrof de vraag of de tariefstructuur en de verwijzing naar het Methodebesluit flexibiliteitsdiensten in de TarievenCode Gas (TC) in overeenstemming zijn met de Gaswet en de Regeling inzake tariefstructuren en voorwaarden gas.
Appellante stelde dat de tariefstructuur te summier is, dat de verwijzing naar het Methodebesluit onrechtmatig is en dat flexibiliteitsdiensten niet per definitie volumeneutraal hoeven te zijn. Tevens voerde zij aan dat flexibiliteitsdiensten aan een bredere groep dan alleen shippers moeten worden aangeboden. Verweerder verdedigde het besluit en stelde dat de tariefstructuur passend is en dat de omvang en voorwaarden van flexibiliteitsdiensten in de Technische Codes Gas geregeld moeten worden.
Het College overwoog dat de verwijzing naar het Methodebesluit niet in strijd is met artikel 12a van de Wet en dat de tariefstructuur inzichtelijk maakt uit welke elementen het tarief is opgebouwd. Verder oordeelde het College dat de eis van volumeneutraliteit voor flexibiliteitsdiensten wel volgt uit de Wet, de toelichting en de regelgeving, en dat flexibiliteitsdiensten niet mogen resulteren in een netto levering van gas. Ten aanzien van de afnemers van flexibiliteitsdiensten stelde het College dat de vraag wie deze diensten mag afnemen in een procedure tegen de Technische Codes moet worden behandeld.
Gelet op deze overwegingen verklaarde het College het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit over de tariefstructuur voor flexibiliteitsdiensten wordt ongegrond verklaard.