ECLI:NL:CBB:2009:BH6281
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. van der Ham
- M.A. Fierstra
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Geschil over schadevergoeding en rente bij waardevaststelling na ruiming pluimveebedrijf
Appellante, een pluimveebedrijf, kreeg in 2003 te maken met maatregelen op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren vanwege Aviaire Influenza, waarbij haar dieren werden gedood en zij aanspraak maakte op schadevergoeding. Na een initiële taxatie volgde een hertaxatie, waarover geschillen ontstonden over de juiste waardebepaling van dieren, eieren en verpakkingsmateriaal, alsmede over de toekenning van rente en proceskosten.
Verweerder stelde dat de hertaxatie correct was uitgevoerd door drie deskundigen en dat de vergoeding rechtmatig was vastgesteld, waarbij onder meer werd gewezen op vaste jurisprudentie omtrent de vergoeding van eieren die na taxatiedatum werden gelegd en het beleid rond dagvergoedingen. Appellante betwistte de taxatie, de procedure, de waardebepaling en de afwijzing van rentevergoeding.
Het College oordeelde dat de hertaxatie wel degelijk door drie deskundigen was uitgevoerd en dat de waardebepalingen, inclusief die voor dieren en verpakkingsmateriaal, niet onredelijk waren. De niet-vergoeding van eieren die na taxatiedatum werden gelegd, werd bevestigd. Wel stelde het College vast dat de totale procedure de redelijke termijn overschreed, waardoor appellante recht had op een immateriële schadevergoeding van € 2.000. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld in proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, immateriële schadevergoeding toegekend en verweerder veroordeeld in proceskosten.