ECLI:NL:CBB:2009:BH4694
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bedrijfstoeslag 2006 wegens te late aanvraag
Appellant diende op 17 mei 2006 een gecombineerde opgave in, maar had niet aangegeven dat hij zijn toeslagrechten wilde gebruiken. Pas bij brief van 22 oktober 2007 verzocht appellant alsnog om uitbetaling van de bedrijfstoeslag 2006. De Minister wees dit verzoek af wegens overschrijding van de indieningstermijn van 31 mei 2006 zoals bepaald in Europese regelgeving.
Appellant stelde dat hij niet tijdig was gewaarschuwd over het ontbreken van een kruisje op het formulier en beriep zich op het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Het College oordeelde dat de verantwoordelijkheid voor een juiste en tijdige aanvraag bij appellant lag en dat het vertrouwensbeginsel niet kan leiden tot aanspraken die in strijd zijn met Europese regels.
Het College stelde echter vast dat de Minister ten onrechte het verzoek van appellant als een bezwaarschrift had aangemerkt en op die grond een besluit op bezwaar had genomen zonder daartoe bevoegd te zijn. Daarom vernietigde het College het bestreden besluit en veroordeelde de Minister in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de bedrijfstoeslag 2006 wordt vernietigd.