ECLI:NL:CBB:2009:BH2894
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over uitsluiting slachtpremie wegens chlooramfenicol in rund
Appellante, deelnemer aan de slachtpremieregeling, werd uitgesloten van premie voor 2003 nadat bij een controle op haar bedrijf chlooramfenicol werd aangetroffen in de urine van een kalf. De hoeveelheid overschreed de Europese prestatielimiet van 0,3 µg/kg. Verweerder nam besluiten tot afwijzing van premieaanvragen en terugvordering van bedragen.
Appellante betwistte de koppeling tussen het monster en het rund, de zorgvuldigheid van de monstername, het ontbreken van een contra-expertise en de motivering van de besluiten. Het College constateerde dat het bestreden besluit onjuiste feitelijke informatie bevatte en onvoldoende was gemotiveerd, waardoor vernietiging op zijn plaats was.
Desondanks oordeelde het College dat de rechtsgevolgen van het besluit, namelijk de uitsluiting van bijdragen op grond van artikel 23 van Pro Verordening (EG) nr. 1254/1999, in stand konden blijven. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellante wegens het motiveringsgebrek en de procedure.
Het College benadrukte dat de Europese regelgeving iedere aanwezigheid van chlooramfenicol als ontoelaatbaar bestempelt, maar dat bij uitvoering een ondergrens van 0,3 µg/kg wordt gehanteerd. De administratieve verwerking, hoewel niet optimaal, wekte geen twijfel over de betrouwbaarheid van de positieve bevinding. Het ontbreken van een expliciete mogelijkheid tot contra-expertise in de regelgeving leidde niet tot schending van rechtsregels door verweerder.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de uitsluiting van slachtpremies blijft in stand; verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.