2. De grondslag van het geschil
Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College komen vast te staan.
- Bij nota van 5 november 2004 heeft verweerder appellante sub 1 (hierna te noemen: A) op grond van de Verordening PT algemene handel groenten en fruit 2003 over het jaar 2003 een heffing opgelegd ten bedrage van € 1.540,-. Deze heffing berust voor een bedrag van € 1.500,- op een ambtshalve schatting en houdt voorts een bedrag ad € 40,- aan administratiekosten in.
- Bij nota’s van 19 augustus 2004, 27 mei 2005 en 29 juni 2005 heeft verweerder appellante sub 2 (hierna te noemen: H) op grond van diverse heffings-verordeningen ambtshalve heffingen opgelegd over - onder meer - de jaren 2000, 2002, 2003 en 2004, betreffende zowel 'teelt' als 'areaal'. Inclusief de in rekening gebrachte administratiekosten bedroegen de nota’s betreffende teelt respectievelijk € 1.795,-, € 2.120,-, € 2.120,- en € 3.160,- en de nota’s betreffende areaal respectievelijk
€ 4.340,--, € 5.240,--, € 5.240,-- en € 5.340,--.
- Naar aanleiding van de uitspraken van 16 november 2006 heeft de gemachtigde van appellanten zich bij brief van 7 december 2006 tot verweerder gewend en daarbij - onder meer - gesteld dat hij verwacht dat verweerder de bezwaren van appellanten alsnog gegrond verklaart en in afwachting daarvan alle incassoactiviteiten staakt.
- Bij nota van 20 december 2006 heeft verweerder A over het jaar 2003 een gewijzigde heffing ad € 787,13 opgelegd, die is gebaseerd op een ambtshalve schatting aan de hand van door A in het aangifteformulier met betrekking tot het heffingsjaar 2002 verstrekte gegevens.
- Bij nota’s van eveneens 20 december 2006 heeft verweerder H over de jaren 2000, 2002, 2003 en 2004 gewijzigde heffingen opgelegd met betrekking tot areaal ten bedrage van onderscheidenlijk € 4.285,90, € 5.217,55, € 5.235,45 en
€ 5.289,50.
- Verweerder heeft voorts bij nota’s van 24 januari 2007 over de jaren 2000, 2002, 2003 en 2004 aan H (opnieuw) heffingen opgelegd in verband met teelt, waarbij van dezelfde bedragen is uitgegaan als in de eerdere nota’s.
- De gemachtigde van appellanten heeft bij brief van 30 januari 2007 namens A - onder meer - aan verweerder bericht dat hij kennis heeft genomen van de creditering van de aanvankelijk aan appellante opgelegde heffing. In deze brief verzoekt de gemachtigde verweerder alsnog te beslissen op het bezwaar van appellante en daarbij tevens in te gaan op de met de behandeling van dat bezwaar gemoeide proceskosten.
- De gemachtigde van appellanten heeft voorts bij brief aan verweerder van eveneens 30 januari 2007, onder verwijzing naar zijn eerdere brief van 7 december 2006, namens H bericht dat hij op grond van de uitspraak van het College van 16 november 2006 verwacht dat alle incassoactiviteiten worden gestaakt en dat de bezwaren gegrond worden verklaard voordat eventuele nieuwe heffingen worden vastgesteld. De gemachtigde heeft verweerder tevens verzocht H in de gelegenheid te stellen alsnog aangifte te doen, alsmede bij de behandeling van het bezwaar aandacht te schenken aan de incassokosten.
- Voorts is namens H bij afzonderlijke brieven van 30 januari 2007 tegen de gewijzigde heffingen areaal van 20 december 2006 bezwaar gemaakt.
- Bij brieven van 5 maart 2007 is namens H tegen de heffingen teelt van 24 januari 2007 bezwaar gemaakt.
- Blijkens de brief van verweerder van 18 januari 2008 aan het College, met bijlage, heeft verweerder ingevolge de uitspraken van het College van 16 november 2006 in januari 2007 aan appellanten voor proceskosten en griffierecht onderscheidenlijk € 1.165,33 (A) en € 2.073,11 (H) vergoed.
- Bij brief van 11 december 2007 heeft verweerder de gemachtigde van appellanten - onder meer - meegedeeld dat in verband met de behandeling van de bezwaarschriften van appellanten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht onderscheidenlijk € 161,- (A) en € 966,- (H) zal worden vergoed, alsmede het door appellanten voor de onderhavige zaken aan het College betaalde griffierecht.
- Bij brief van 12 december 2007 aan H heeft verweerder zich verontschuldigd voor zijn veel te late reactie op de brief van de gemachtigde van 7 december 2006. Bij deze brief heeft verweerder aan H aangifteformulieren toegezonden.
- Bij brief van 13 december 2007 aan A heeft verweerder ook aan deze appellante zijn verontschuldigingen aangeboden en aangifteformulieren toegezonden.
- Naar aanleiding van de brief van verweerder van 11 december 2007 heeft de gemachtigde van appellanten het College bij brief van 18 december 2007 meegedeeld dat naar zijn opvatting nog een toekenning door verweerder van de in verband met de onderhavige beroepen gemaakte proceskosten moet volgen, alsmede een standpunt van verweerder met betrekking tot de vraag of de nieuwe heffingnota’s in verband met een daartegen in te stellen rechtsmiddel moeten worden aangemerkt als primaire besluiten of als beslissingen op bezwaar.
- In reactie hierop heeft verweerder bij zijn brief van 18 januari 2008 aan het College verwezen naar de door hem in verband met de uitspraak van 16 november 2006 betaalde proceskosten en meegedeeld dat de destijds gewraakte nota’s zijn vervangen door nieuwe nota’s.
- Vervolgens heeft de gemachtigde van appellanten zich bij brief aan het College van 6 februari 2008 op het standpunt gesteld dat nog steeds geen duidelijke beslissing op de bezwaren van appellanten is genomen, dat verweerder op basis van de aanvankelijk aan appellanten opgelegde heffingen een incassotraject is begonnen en dat appellanten er om die reden belang bij hebben dat wordt geoordeeld, onderscheidenlijk voor recht wordt verklaard dat de aanvankelijke heffingsbeslissingen door verweerder zijn "vernietigd". In deze brief stelt de gemachtigde zich op het standpunt dat een door verweerder opnieuw op het bezwaar te nemen beslissing aan hem moet worden toegezonden en verzoekt hij het College verweerder te veroordelen in de door appellanten in verband met de onderhavige beroepen gemaakte proceskosten.