ECLI:NL:CBB:2008:BG1620
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen contributieheffing NIVRA wegens wijziging beroepsstatus
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de door het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA) opgelegde contributie voor het boekjaar 2007/2008. Het bezwaar werd door verweerder ongegrond verklaard omdat appellant op de peildatum 1 september 2007 volgens de beschikbare gegevens nog werkzaam was als openbaar accountant. Pas op 18 september 2007 ontving NIVRA een contributieverklaring waarin appellant aangaf per 1 juli 2007 niet meer actief te zijn.
Appellant voerde aan dat verweerder op de hoogte was van zijn gewijzigde status omdat zijn voormalige werkgever sinds 1979 de contributie rechtstreeks betaalde. Hij vond het onredelijk dat hij toch deels contributie moest betalen terwijl hij niet actief was.
Het College oordeelde dat de verantwoordelijkheid voor tijdige melding van wijzigingen bij appellant lag. De melding door de werkgever kon niet in de plaats treden van een tijdige eigen melding. Het College vond geen rechtsregel die verweerder verplichtte appellant te attenderen op het indienen van een nieuwe verklaring. Daarom was de indeling per 1 september 2007 leidend voor de contributieheffing tot 1 maart 2008.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de contributieheffing van NIVRA wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een tijdige melding van wijziging beroepsstatus.