ECLI:NL:CBB:2008:BF1752
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Intrekking taxivergunning wegens niet voldoen aan vakbekwaamheidseis
Appellant kreeg op 26 april 2001 een vergunning voor taxivervoer, die op 7 juni 2006 werd ingetrokken omdat hij niet voldeed aan de vakbekwaamheidseis uit de Wet personenvervoer 2000. Verweerder stelde dat appellant niet permanent en daadwerkelijk leiding gaf en niet over de benodigde vakdiploma's beschikte. Appellant erkende het ontbreken van permanente leiding en gaf aan vanwege financiële problemen en faalangst niet alle examens te hebben gehaald.
Verweerder had appellant een redelijke termijn gegeven om de vakbekwaamheidsexamens te behalen, maar appellant slaagde niet voor de resterende examens. Het College oordeelde dat verweerder terecht de vergunning had ingetrokken omdat het belang van kwalitatief goed taxivervoer zwaarder woog dan het persoonlijke belang van appellant. Bovendien voldeed appellant niet aan de voorwaarden voor historisch vakbekwaamheid.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het College zag geen reden voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door J.A. Hagen op 10 juni 2008.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivergunning wordt ongegrond verklaard en de intrekking gehandhaafd.