ECLI:NL:CBB:2008:BF1168
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunning taxivervoer wegens niet voldoen aan vakbekwaamheidseis
Appellant kreeg op 3 september 2001 een vergunning voor taxivervoer, die op 27 september 2006 werd ingetrokken omdat hij niet voldeed aan de vakbekwaamheidseis. De intrekking werd bevestigd bij besluit van 5 september 2007, waarna appellant beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het geschil draait om de vraag of appellant de vakbekwaamheidseis voldoende invult, hetzij zelf door het behalen van vakdiploma's, hetzij via een procuratiehouder die permanent en daadwerkelijk leiding geeft. Uit onderzoek en tijdens de zitting bleek dat de procuratiehouder nauwelijks werkzaamheden verricht en appellant zelf niet over de benodigde vakdiploma's beschikt.
Het College oordeelt dat verweerder bevoegd is de vergunning in te trekken als niet wordt voldaan aan de vakbekwaamheidseis. Appellant heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de procuratiehouder daadwerkelijk leiding geeft, en ook zijn eigen vakbekwaamheid is onvoldoende aangetoond. Het verzoek om meer tijd wordt afgewezen, mede omdat appellant sinds vergunningverlening voldoende gelegenheid heeft gehad. Het financiële belang van appellant weegt niet op tegen het algemeen belang van kwaliteit in taxivervoer.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de vergunning gehandhaafd. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivervoervergunning wordt ongegrond verklaard en de intrekking gehandhaafd.