ECLI:NL:CBB:2008:BE9663
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking toelating gewasbeschermingsmiddel Topsin M
Verzoekster, Certis Europe B.V., heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (verweerder) tot intrekking van de toelating van het middel Topsin M, waarbij geen aflever- en opgebruiktermijn is toegekend. Verzoekster stelde dat het besluit in strijd is met onder meer het vertrouwensbeginsel en de rechtszekerheid, en dat zij en gebruikers van het middel schade lijden door het ontbreken van een overgangstermijn.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestreden besluit wel een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is, zodat bezwaar en voorlopige voorziening mogelijk zijn. Echter, verzoekster kon geen voldoende spoedeisend belang aantonen, mede omdat het verzoek pas maanden na het besluit werd ingediend en het financiële belang niet zwaarwegend genoeg was om de continuïteit van de onderneming te bedreigen.
Ook werd geoordeeld dat het besluit niet zonder meer ernstig in twijfel kan worden getrokken, omdat verweerder op basis van een herbeoordeling en vast beleid het risico voor volksgezondheid en toepasser zwaarder heeft gewogen dan de belangen van verzoekster. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak bevestigt dat intrekkingen van toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen zonder overgangstermijn kunnen worden gehandhaafd indien het risico voor volksgezondheid en gebruiker dit rechtvaardigt, en benadrukt het belang van tijdige indiening van verzoeken om voorlopige voorzieningen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot intrekking van de toelating van Topsin M zonder aflever- en opgebruiktermijn is afgewezen.