ECLI:NL:CBB:2008:BD7805
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking chauffeurspas wegens ontbreken nieuwe verklaring omtrent gedrag
Verzoeker, werkzaam als taxichauffeur bij het taxibedrijf van zijn broer, had zijn chauffeurspas verlengd in 2005. De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat trok de pas in februari 2008 in omdat verzoeker niet voldeed aan de verplichting een nieuwe verklaring omtrent gedrag (VOG) te overleggen. Dit volgde op signalen van strafbare feiten, waaronder mishandeling, die verzoeker zou hebben gepleegd.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de intrekking op te schorten, stellende dat het besluit voorbarig was en dat hij zijn beroep niet kon uitoefenen zonder pas. Hij voerde aan dat hij niet onbetrouwbaar was en dat de procedure omtrent de VOG nog liep. Verweerder stelde dat het belang van veiligheid en betrouwbaarheid in het taxivervoer zwaarder woog dan de persoonlijke belangen van verzoeker.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was tot intrekking omdat verzoeker niet tijdig een nieuwe VOG had overgelegd. Er waren geen bijzondere omstandigheden die intrekking moesten verhinderen. De strafrechtelijke antecedenten werden door de Minister van Justitie beoordeeld en verweerder hoefde dit oordeel niet te herzien. Het belang van de samenleving bij veilig taxivervoer woog zwaarder dan het belang van verzoeker. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de chauffeurspas wordt afgewezen.