ECLI:NL:CBB:2008:BD7100
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- E.R. Eggeraat
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag wegens te late bouwvergunningaanvraag voor vergistingsinstallatie
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn subsidieaanvraag op grond van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties. Verweerder wees de aanvraag af omdat de benodigde bouwvergunning niet voor 18 augustus 2006 was aangevraagd, zoals vereist in de regeling.
Appellant stelde dat overleg met de gemeente vóór deze datum volstaat als aanvraag en dat niet alle vergunningen voor die datum hoeven te zijn ingediend. Tevens voerde appellant aan dat de milieuvergunning bepalend is en niet de bouwvergunning. Verweerder handhaafde het besluit en wees op de gebonden bevoegdheid en het ontbreken van ruimte voor belangenafweging.
Het College overwoog dat de regeling een strikte toepassing vereist en dat een schriftelijke, voldoende geconcretiseerde aanvraag vóór 18 augustus 2006 noodzakelijk is. Overleg met het bevoegd gezag is geen aanvraag. De bouwvergunningaanvraag van appellant dateert van 29 november 2006 en voldoet daarmee niet aan de regeling.
Verder oordeelde het College dat een belangenafweging niet aan de orde is vanwege de gebonden bevoegdheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de bouwvergunning niet tijdig is aangevraagd.