ECLI:NL:CBB:2008:BD6052
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vaststelling overschrijding redelijke termijn en proceskostenvergoeding in zaak herstructurering varkenshouderij
Appellanten A en Maatschap A & C hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw die hun verzoeken tot toepassing van hardheidscategorie 3 van het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij (Bhv) afwezen. Het geschil betrof de vraag of de samenwerking tussen A en C vóór 10 juli 1997 zodanig was dat de betrokken bedrijfsonderdelen als één bedrijf konden worden aangemerkt voor toekenning van varkensrechten.
Het College oordeelde dat de samenwerking op die datum nog niet voldoende vorm had gekregen en dat de bestreden besluiten daarom rechtmatig waren. Wel stelde het College vast dat de behandeling van de bezwaren door verweerder de redelijke termijn ruimschoots had overschreden, met een vertraging van ruim vier jaar.
Op grond van jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens werd geconcludeerd dat appellanten als gevolg van deze overschrijding immateriële schade hadden geleden door spanning en frustratie. De Staat werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €8.000,- en tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten blijven in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn en de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade, proceskosten en griffierechten.