ECLI:NL:CBB:2008:BD4847
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- M.A. van der Ham
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing heffingen prudentieel toezicht DNB 2005
Appellanten, effecteninstellingen onder toezicht van DNB, maakten bezwaar tegen de opgelegde heffingen voor prudentieel toezicht over 2005, stellende dat de kostenstijging disproportioneel was en de heffingsmaatstaf niet representatief voor de toezichtinspanning. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, oordelend dat de minister bij het vaststellen van de Regelingen zijn bevoegdheid niet had overschreden en dat de heffingsmaatstaf binnen redelijke grenzen lag.
In hoger beroep herhaalde en onderbouwde appellanten hun standpunten, met name dat kosten voor wetgevingsactiviteiten en internationale overleggen niet tot de heffingsgrondslag behoren en dat de heffingsmaatstaf leidt tot een onaanvaardbare lastenverhoging zonder redelijke verklaring. DNB verdedigde de ruime uitleg van het kostenbegrip en de gebondenheid aan de Regelingen.
Het College oordeelt dat kosten die direct verband houden met wetgevingsactiviteiten niet tot de heffingsgrondslag behoren, dat de rechtbank ten onrechte aannam dat DNB dit voldoende had weerlegd, en dat de heffingsmaatstaf en de bijbehorende bedragen en bandbreedtes het verbod van willekeur schenden. Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en DNB wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast wordt DNB veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten van appellanten. Het College benadrukt dat de minister bij het vaststellen van heffingsmaatstaven zorgvuldiger moet waarborgen dat deze niet leiden tot onaanvaardbare lastenverhogingen voor individuele instellingen binnen een categorie.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de heffingen vernietigd en DNB dient opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.