ECLI:NL:CBB:2008:BD1925
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- M. Munsterman
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit kwaliteitsvaststelling melkleverantie met melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Productschap Zuivel waarin werd vastgesteld dat in zijn geleverde melk melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen, zoals penicillinen en cefalosporinen, waren aangetroffen. Dit besluit volgde op een kwaliteitsonderzoek door het Melkcontrolestation (MCS) na een monstername op 2 december 2005.
Appellant stelde dat het besluit niet rechtsgeldig was omdat het niet duidelijk was dat het door de algemeen directeur van het MCS namens verweerder was genomen en dat hem de mogelijkheid tot contra-expertise was geweigerd, wat in strijd zou zijn met het beginsel van equality of arms. Verweerder stelde dat het besluit deugdelijk was gemotiveerd en dat de regelgeving geen contra-expertise voorzag.
Het College oordeelde dat de procedures en toezicht op de naleving van de Zuivelverordening voldoende waarborgen bieden voor de zorgvuldigheid en juistheid van het onderzoek. Er waren geen concrete aanwijzingen die twijfel aan de uitkomst rechtvaardigden. De aanwezigheid van melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen was vastgesteld boven de grenswaarde en de weigering van contra-expertise was niet onrechtmatig.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Het College zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen in de melk wordt ongegrond verklaard.