ECLI:NL:CBB:2008:BC9373
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- E.R. Eggeraat
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag duurzame elektriciteit vergistingsinstallatie bevestigd
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken waarbij haar subsidieaanvraag voor een vergistingsinstallatie werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat appellante niet kon aantonen dat zij op de betreffende locatie duurzame elektriciteit zou produceren, omdat de eigenaar van de grond, de maatschap, niet wilde samenwerken.
In de procedure stelde appellante dat er een geldige overeenkomst bestond met de maatschap die grond beschikbaar zou stellen voor de installatie. Verweerder stelde dat de overeenkomst was opgezegd en dat appellante geen rechten had op de grond. Het College oordeelde dat appellante ten tijde van het besluit geen rechten had op het perceel en dat de maatschap de samenwerking had beëindigd.
Het College overwoog dat verweerder redelijkerwijs mocht aannemen dat er geen samenwerking was die tot realisatie van de installatie door appellante zou leiden. Ook het feit dat vergunningen op naam van de maatschap waren verleend, ondersteunde dit oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard.