ECLI:NL:CBB:2008:BC8219
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- C.M. Wolters
- M.A. Fierstra
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
College vernietigt weigering ontheffing prospectusplicht voor Robein Index beleggingsrekening
Appellante, Robein Bank N.V., heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de AFM van 31 mei 2006 waarin voor de tweede maal bezwaar werd afgewezen tegen de weigering van ontheffing van het verbod op het aanbieden van effecten zonder prospectus voor de Robein Index beleggingsrekening.
De kern van het geschil betreft de kwalificatie van de Index beleggingsrekening als effect in de zin van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (oud) en de gewijzigde wetgeving per 1 juli 2005. AFM stelde dat de rekening een effect is vanwege de overdraagbaarheid en standaardisatie, en dat de prospectusplicht van toepassing is. Appellante betoogde dat de rekening niet verhandelbaar is, geen overdraagbaarheid kent, en dat de beleggingseenheden niet kwalificeren als effecten volgens de wettelijke definitie.
Het College oordeelde dat de eigenschappen van de Index beleggingsrekening niet voldoende overeenkomen met de in de wet genoemde effecten. De rekening is niet standaard en overdraagbaarheid is praktisch irrelevant. Ook is er geen directe koppeling met de onderliggende effecten en geen verplichting tot levering op termijn zoals bij futures. Daarom is de rekening geen effect in de zin van de Wte 1995 (oud). Het College vernietigde het besluit van AFM en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing.
Daarnaast veroordeelde het College de AFM tot vergoeding van de proceskosten van appellante, waaronder griffierecht en kosten voor rechtsbijstand. De procedure werd versneld behandeld en het beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Robein Bank wordt gegrond verklaard en het besluit van AFM tot weigering van ontheffing van de prospectusplicht wordt vernietigd.