ECLI:NL:CBB:2008:BC8201
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing akkerbouwsubsidie op grond van overschrijding oppervlakte volgens GLB-regeling
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit tot afwijzing van zijn aanvraag voor akkerbouwsubsidie. De afwijzing was gebaseerd op een controle waarbij werd vastgesteld dat de opgegeven oppervlakte maïs en wintertarwe niet overeenkwam met de feitelijk geconstateerde oppervlakte, met een verschil van 40,33%.
Appellant voerde aan dat het verschil veroorzaakt werd door een onjuiste gewascode achter perceel 15, waarbij maïs was opgegeven terwijl zomertarwe werd geteeld, en dat dit geen fraude betrof. Hij stelde dat het sanctiestelsel van artikel 51 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004 niet strikt toegepast mocht worden vanwege het evenredigheidsbeginsel en dat er sprake was van een kennelijke fout die gecorrigeerd had moeten worden.
Het College oordeelde dat het herziene besluit van de Minister een besluit in de zin van de Awb is en dat het beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk is. Het College stelde dat de Minister gehouden was het sanctiestelsel strikt toe te passen bij een verschil van meer dan 30% en dat er geen beleidsvrijheid was om hiervan af te wijken. De grief over het ontbreken van een kennelijke fout werd verworpen omdat de aanvraag geen tegenstrijdigheid vertoonde die de Minister had moeten doen vermoeden dat de aanvraag niet overeenkwam met de bedoeling van appellant.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt het belang van strikte naleving van de regels rond oppervlaktegebonden steun en het sanctiestelsel binnen het GLB.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de akkerbouwsubsidie wegens overschrijding van de opgegeven oppervlakte wordt ongegrond verklaard.