ECLI:NL:CBB:2008:BC3539
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing akkerbouwsubsidie vanwege niet voldoen aan definitie akkerland
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw tot afwijzing van hun aanvraag voor akkerbouwsubsidie op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun. De aanvraag betrof percelen die volgens de Minister niet aan de definitie van akkerland voldeden omdat zij in de referentieperiode als blijvend grasland waren geregistreerd.
Het College heeft vastgesteld dat de percelen gedurende de referentieperiode van vijf jaar uitsluitend als grasland zijn gebruikt, ook al waren zij in latere jaren als tijdelijk grasland geregistreerd. De definitie van blijvend grasland volgens de Europese regelgeving houdt in dat een perceel dat gedurende vijf jaar niet in vruchtwisseling is opgenomen, als blijvend grasland geldt.
Appellanten voerden aan dat zij te goeder trouw handelden en dat tijdelijk grasland iets anders is dan blijvend grasland, maar het College oordeelde dat dit geen invloed heeft op de toepasselijkheid van de sancties. De opgelegde sancties vloeien rechtstreeks voort uit de Europese verordening en zijn niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de akkerbouwsubsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard.