ECLI:NL:CBB:2008:BC3533
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op toeslagrechten uit nationale reserve wegens niet voldoen aan minimale pachttermijn
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin haar aanvraag voor toeslagrechten uit de nationale reserve op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 is afgewezen. De kern van het geschil betreft de vraag of de pachtovereenkomst die appellante met Staatsbosbeheer heeft gesloten voldoet aan de vereiste dat de pacht voor minimaal zes jaar is aangegaan en uiterlijk op 15 mei 2004 is ingegaan.
Appellante sloot op 2 oktober 2003 een pachtovereenkomst voor twee jaar met een symbolische pachtsom, gevolgd door een tweede pachtovereenkomst op 15 november 2004 voor vier jaar tegen een reguliere pachtsom. De Minister wees de aanvraag af omdat de pacht niet als een doorlopende overeenkomst van zes jaar vóór 15 mei 2004 kon worden beschouwd, mede omdat de tweede overeenkomst na die datum is aangegaan.
Het College oordeelt dat de wettelijke regeling een dwingende termijn van minimaal zes jaar voorschrijft die uiterlijk op 15 mei 2004 moet zijn ingegaan. Het feit dat de pacht in twee afzonderlijke overeenkomsten is geregeld, waarvan de tweede na deze datum is afgesloten, betekent dat appellante niet aan deze voorwaarde voldoet. De verklaring van Staatsbosbeheer over de intentie tot voortzetting kan dit niet wijzigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de pachtovereenkomst niet voldoet aan de vereiste minimale duur van zes jaar vóór 15 mei 2004.