ECLI:NL:CBB:2007:BC2230
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- J.L.W. Aerts
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over energie-investeringsaftrek en investeringsverplichtingen
Appellante, Atlantic Schepen Exploitatiemaatschappij B.V., stelde beroep in tegen besluiten van de Minister van Economische Zaken die haar verzoek tot verklaring energie-investeringsaftrek afwezen omdat de investeringsverplichtingen niet tijdig waren gemeld.
De kern van het geschil betrof de datum waarop de investeringsverplichtingen voor een automatisch liersysteem voor drie bunkerschepen waren aangegaan. Verweerder stelde dat de bouwovereenkomsten van 20 februari 2003 de grondslag vormden en dat de melding in 2005 te laat was. Appellante stelde dat de relevante verplichtingen pas op 3 of 5 augustus 2005 waren aangegaan via een addendum en nadere overeenkomsten.
Het College oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de feitelijke gang van zaken en dat het aannemelijk was dat de investeringsverplichtingen in augustus 2005 waren aangegaan. Tevens was verweerder tekortgeschoten in het adequaat verlenen van uitstel voor het aanleveren van bewijsstukken, waardoor het zorgvuldigheidsbeginsel was geschonden.
Daarom vernietigde het College de bestreden besluiten en beval een hernieuwde beslissing, waarbij ook proceskosten werden toegewezen aan appellante.
Uitkomst: De bestreden besluiten van 5 juli 2006 worden vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.