ECLI:NL:CBB:2007:BC1439
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- M.A. van der Ham
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling boete wegens overtreding hygiënecode levensmiddelen
Appellante, een brood- en banketbakkerij, kreeg een boete opgelegd wegens overtreding van artikel 6, eerste lid, van het Warenwetbesluit Bereiding, gebaseerd op de constatering van muizenuitwerpselen in haar bedrijfsruimte. De rechtbank had de boete bevestigd, ondanks dat appellante stelde dat zij handelde volgens de goedgekeurde hygiënecode, die naleving gelijkstelt aan het voldoen aan de hygiëne-eisen.
In hoger beroep betoogde appellante dat de hygiënecode, indien gevolgd, inhoudt dat de bedrijfsruimte als schoon moet worden beschouwd en dat de controleambtenaar ten onrechte niet heeft gevraagd of de code werd toegepast. Het College stelde vast dat de rechtbank ten onrechte de procedurele en materiële normen van artikel 31 en Pro 6 WHL als gescheiden zag, terwijl naleving van de code volgens de toelichting gelijkstaat aan het voldoen aan de hygiëne-eisen.
Het College concludeerde dat de enkele constatering van muizenuitwerpselen onvoldoende is om te concluderen dat de hygiënecode niet werd nageleefd. Daarom werd het boetebesluit vernietigd, het beroep gegrond verklaard en de minister veroordeeld in de proceskosten en griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het College vernietigt het boetebesluit wegens onvoldoende bewijs van overtreding van de hygiënecode en veroordeelt de minister in proceskosten en griffierecht.